Foto: Jan Twisk
Waar zijn de weidevogels gebleven?
Wie in de nazomer door de Krimpenerwaard fietst of wandelt moet het zijn opgevallen. In het weidse polderlandschap, dat in het voorjaar wordt bevolkt door grutto’s, kieviten, tureluurs en scholeksters – om er een paar te noemen, is het opvallend stil.
De meeste weidevogels zijn al lang begonnen aan de grote trek naar het warme zuiden. Toch is de polder niet leeg. Hoewel de eerste grutto’s al zijn neergestreken in de rustgebieden in Zuid-Europa en West-Afrika, ziet de oplettende toeschouwer hier in het najaar nog grote groepen kieviten.
Het is een mix van ‘locals’ en ‘Noordelingen’’, die vanaf medio juli met honderdduizenden tegelijk zijn vertrokken vanuit Scandinavië, de Baltische Staten, Polen en Duitsland. Ze trekken pas verder naar het zuiden als de echte winterkou invalt.
Wormenbar
De Krimpenerwaard is een ideale tussenstop. De vogels vinden in de natte veengronden genoeg wormen. De stop geeft de vogels bovendien de tijd om hun oude verenkleed te vervangen voor een fris winterpak.
De reis naar het zuiden is echter niet zonder gevaar. In landen als Frankrijk, Italië, Malta en Spanje is de jachtcultuur hardnekkig en worden er, ondanks Europese wetgeving, tienduizenden kieviten legaal en illegaal uit de lucht geschoten of gevangen. Zo staat kieviten in Frankrijk gewoon op de lijst van bejaagbare soorten en geldt voor de grutto een tijdelijk jachtverbod (moratorium) dat iedere zomer door Franse natuurorganisaties moet worden bevochten.
Terug naar onze mooie polder. De kieviten die hier nu nog zijn, hebben het goed. Mede dankzij de samenwerking met onze agrariërs kunnen ze hier rustig aansterken om in ieder geval topfit de reis naar het risicovolle zuiden te beginnen.



